De generatie die veranderde in Rupsjes Nooitgenoeg
Column door Manouk Anakotta
“Wat als ik altijd maar uitgekeken raak op dingen die ik doe in het leven?” Die vraag spookt vaker door mijn hoofd dan me lief is.
Het is geen filosofische hersenspinsel, maar een onrustige gedachte die naar boven komt terwijl ik alweer aan iets nieuws begin.
Ik krijg er soms een knoop van in mijn maag. Ligt het aan mij? Ben ik zo verwend? Waarom is het nooit genoeg? Of ligt het niet aan mij,
maar aan ons?
Aan Generatie Z. Geboren tussen 1997 en 2012. Opgegroeid met oneindige keuzes, onbeperkte mogelijkheden en een duim die
nooit moe wordt van scrollen.
We willen alles en het liefst allemaal tegelijk. Een droombaan, geld verdienen, reizen en genieten van het leven.
We willen stabiliteit, maar ook vrijheid. En zodra iets normaal wordt, begint het te knagen. Is dit het nou?
Kan het niet sneller, anders, spannender?
We leven in een tijd waarin altijd alles maar beschikbaar is. Wanneer we honger hebben, staat er binnen een uur een pizzabezorger voor de deur. We swipen de TikToks weg alsof het vieze vegen op ons beeldscherm zijn.
En we vragen Chat GPT om hulp als we even niet weten wat we moeten eten vanavond. We staan aan, 24/7 per dag.
Er is altijd wel een studie, baan, stad of versie van jezelf die nóg beter bij je past.
En zo werden we Rupsjes Nooitgenoeg. Niet dat het aan ondankbaarheid ligt, maar omdat we zijn opgegroeid met het idee
dat wanneer er een tevredenheid is, dit gelijk staat aan stilstand. En stilstaan betekent geen groei. En geen groei betekent falen.
Het probleem is alleen: rupsjes die nooit genoeg hebben, worden nooit een vlinder. Die blijven eten. En eten.
En twijfelen of de volgende hap niet beter had kunnen zijn. Maar niet te veel, want we willen slank, fit en dun zijn.
Want al is het niet dat we kritisch kijken naar ons carrièrepad, dan wel naar onze fysieke gesteldheid.
Het is eigenlijk ook niet gek dat we die onrust voelen. We hebben geleerd dat alles maakbaar is, behalve rust.
Dat we zelf de slingers van het leven moeten ophangen, dat we geluk moeten najagen, zelf creëren. Maar misschien ontstaat geluk als we even blijven. Niet direct wegswipen als de glans er even vanaf is.
Misschien is het dus niet de vraag waarom het nooit genoeg is. Maar wanneer we hebben geleerd dat genoeg niet genoeg mocht zijn.
Als ik heel eerlijk ben denk ik misschien dat volwassen worden niet het vinden is van het perfecte leven, maar leren verdragen
dat ook dit leven, met zijn herhaling en routine, soms gewoon genoeg is.